Wat deden wij toen? Wij bleven niet zitten, wij pleegden geen zelfmoord, zoals Tenco, wij zagen niet af van de maan of de onsterfelijkheid, wij vluchtten niet in de dromen over een andere wereld, maar wij begonnen hier de nieuwe wereld te bouwen, iets dat misschien dwaas was, maar van deze wereld.
Toen kwam dan de “Borgata”, de krottenbuurt
Reeds en nog niet, zoals Cullmann zou zeggen, in een voortdurende spanning die ons nooit verlaat.
Ook hier vind ik weer een volmaakte overeenkomst met paus Franciscus, wanneer hij zegt:
“Iedere utopische (naar de toekomst toe) of op restauratie gerichte (naar het verleden toe) projectie komt niet uit een goede geest. God is reëel en openbaart zich in het heden. Naar het verleden toe geeft zijn tegenwoordigheid zich aan ons als herinnering aan het grote heilswerk zowel in zijn volk als in ieder van ons; naar de toekomst toe geeft zijn tegenwoordigheid zich aan ons als belofte en hoop. In het verleden is God tegenwoordig geweest en liet Hij zijn spoor achter: de herinnering helpt ons om Hem te ontmoeten. In de toekomst is Hij alleen belofte... en Hij is niet in de duizend en één toekomstigen. Het heden lijkt het meest op de eeuwigheid; wat meer is: het heden is een vonk van de eeuwigheid. In het heden speelt het eeuwig leven”[1].
Aan het begin, is er dus een gestage dialoog met de wereld van de jongeren, waarin ik aan mijn priesterschap gestalte gaf. Een wereld die behoefte heeft aan stoutmoedigheid en hartstocht, niet aan kapelaans van achterhoedes, zoals ik zei in de homilie van mijn eerste mis, hiermee Mounier citerend[2].
Vervolgens was er de nacht van onze geboorte als gemeenschap. Niets bijzonders... maar het was een begin... En vuur en zeer veel rook op het plein, borden met de woorden van de paus, liederen, het waken om middernacht voor de kerk waar ik onderpastoor was, ons betoog dat de vrede van de hemel niet scheidde van die van de aarde. En er ontbrak de don Abbondio op zijn terugkeer niet die vol angst ons snel kwam aanklagen als... communisten.
Maar wij gingen verder op onze weg...
Toen kwam de “Borgata” van de bewoners van de barakken, de plaats waarop paus Franciscus de jongeren van vandaag voortdurend wijst.
En de “Borgata” veranderde mij. Er waren vooraf mijn ontmoetingen geweest met don Dossetti en don Barsotti: ontmoetingen die mij hadden herinnerd aan het primaat van het woord van God, aan de grens van de socio-politieke inzet, van de centrale plaats van het Kruis als heilsgebeuren. Zij hadden mij doen nadenken over en gewaarschuwd voor zekere gevaren van een “sociologisch christendom”. Maar het waren niet deze ontmoetingen, waaraan ik wel veel te danken heb, die mij raakten. Het waren die gezichten van de “Borgata”, de stank van de beerputten, dat zo radicale verschil met de arme waarover de boeken ons spraken.
De “Borgata”, waar iedere ideologische dekmantel instortte en waar alles bij zijn naam werd genoemd, zonder maskers en woordspelingen, openbaarde mij het hart van de mens. En zij deed mij ontdekken dat, als de mens niet werd bevrijd van zijn radicale vervreemding, ieder
betoog alleen maar een hol woordenspel werd. En de radicale vervreemding van de mens was niet gelegen in het beroofd zijn van de vrucht van eigen arbeid, zoals de marxistische analyse wil, maar in het feit dat deze mens de relatie met God had verbroken. Wij moesten uitgaan van deze relatie, die het ontologische fundament van de mens was, deze relatie moesten wij herstellen. De rest werd ons als extra gegeven.
Mijn keuze was er een zonder er doekjes om te winden. En ik brak met alle groepen die de armen alleen maar gebruikten om de pagina’s van de kranten te vullen, om er boeken over te schrijven, om in hen (als waren zij al niet arm genoeg...) het laatste sprankje geloof in God te vernietigen. Ik brak met al de priesters die aan anderen hun niet opgeloste problemen van geloof en gehoorzaamheid gingen brengen. Het was de periode van de inflatie van de profeten van de nieuwe Kerk, de zogenaamde postconciliaire Kerk, die het einde van het tijdperk van Constantijn afkondigde en een mythische en nooit bestaan hebbende zuiverheid van de oorsprong herkreeg. Het was de tijd waarin de profeten het spoedig herstel van het Rijk aankondigden.
Ook de Kerk had, evenals de communistische partij, in haar midden de profeten die kozen voor het gemakkelijke weg van het “alles en onmiddellijk” zonder het zwaar bevochten geduld van een historisch proces van groei, dat, ja, van ons de radicaliteit en de consequentie van inzet vraagt, maar dat de werkelijkheid niet verwart met utopie, de aarde met de hemel, de strijdende Kerk met de zegevierende Kerk.
Ik ben geen spijtoptant
Ze vragen mij zo vaak, of ik spijt heb van wat ik heb gedaan. Nee, absoluut niet. Zeker, ik heb vervolgens enkele historische oordelen gecorrigeerd. Ik heb beter gezien dat alleen al het feit dat de ander onderdrukt, van iemand niet gemakkelijk een bevrijder en een rechtvaardig mens maakt. Ik heb nog beter begrepen hoe zich in het hart van de mens de slangenkuil bevindt en blijven stilstaan bij Vietnam of andere hoogst conflictueuze situaties vandaag, een stilstaan is bij de oppervlakte van de problemen.
Zeer velen die in optochten en aan tafel de mond vol hadden van Vietnam, zijn vervolgens bang geweest tot op de bodem te gaan door in het leven van alledag te kiezen voor de arme en de onderdrukte: niet om hun woord op te pakken en het in macht en politieke stemmen te veranderen,
maar om hun de instrumenten van de vrijheid te geven.
Eens zou ik willen spreken over zeer veel salonrevolutionairen en over hoe iedere revolutionaire zucht onderdrukking en een nieuwe vorm van slavernij wordt, als men niet bij zichzelf, bij het orde op zaken stellen in eigen huis begint.
Ook hier herinnert paus Franciscus ons aan de kruisigende ernst van de christelijke revolutionaire inzet: “Wij kunnen niet rustig blijven! zo waarschuwt ons de paus. Wij kunnen geen stijve christenen worden, die te ontwikkelde christenen die spreken over theologische zaken, terwijl zij rustig thee drinken. Nee! Wij moeten moedige christenen worden en hen gaan zoeken die juist het vlees van Christus zijn”[3].
Vervolgens zou ik willen zeggen hen die aan politiek doen en historische oordelen geven met het evangelie in de hand, te wantrouwen. Er is ook studie, analyse, cultuur, redenering nodig. Ik ben bijvoorbeeld veel verschuldigd aan wat ik heb gelezen, en aan de documenten waaruit ik heb geput om mij een oordeel te vormen. Het is voldoende zich de indruk voor te stellen die Jean Lacouture wekte, de zeer invloedrijke medewerker van de “Nouvel Observateur”, die met zijn essays en artikelen op een beslissende wijze had bijgedragen aan de kennis van de problemen van de Derde Wereld en in het bijzonder van Zuidwest-Azië, die gedurende lange jaren met zijn geschriften de lakeien van het Franse kolonialisme en de neo-imperialistische Amerikaanse politiek had bestreden, toen hij de verontwaardiging over en de afkeer van de genocide van het nieuwe Cambodjaanse regime krachtig deed uitbarsten. Wat te zeggen over de stootkracht van zijn Survive le peuple cambodgien[4]?
Zonder Vietnam en wat dit voor ons heeft vertegenwoordigd, zou ik niet zijn wat ik vandaag ben.
Ik ben jegens dit verre en geliefde Azië een schuld aangegaan aan het begin van mijn priesterschap.
Ho Chi Minh schreef vanuit de gevangenis:
“Voldoende is de rozengeur
verloren in een gevangenis
opdat in het hart
van de gevangene
alle onrecht van de wereld
schreeuwen”[5].
Zolang als het licht van Jezus hem niet grijpt, ligt iedere mens in de diepte van een gevangenis. Hij kan zich van de verschillende Ngo Dinh Diems of Nguyen Van Thieus hebben bevrijd. Maar er is een andere, dieper gaande en waarachtigere bevrijding waarop Vietnam wacht.
Met paus Franciscus kunnen wij niet anders dan zeggen: “Er zijn zeer veel revolutionairen in de geschiedenis, er zijn er zeer velen geweest. Maar niemand heeft de kracht gehad van deze revolutie, die ons Jezus heeft gebracht: een revolutie om de geschiedenis te veranderen, een revolutie die het hart van de mens ten diepste verandert”[6].
Omdat “de ware revolutie, die welke radicaal het leven verandert, Jezus Christus door zijn verrijzenis tot stand heeft gebracht: het kruis en de verrijzenis. ... Een christen is geen christen in deze tijd, als hij geen revolutionair is!”[7].
“Het kruis van Christus dat met liefde wordt omarmd, leidt nooit tot droefheid, maar tot vreugde, tot de vreugde gered te zijn en een beetje te doen wat Hij heeft gedaan op die dag van zijn dood”[8].
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
___________________
[1] Paus Franciscus, Ontmoeting met de verantwoordelijke bisschoppen van de Raad van bisschoppen van Latijns-Amerika (C.E.L.A.M.) ter gelegenheid van de algemene coördinerende vergadering (28 juli 2013).
[2] Vgl. E. Grasso, “E la mia vita era segnata...”, in “Riflessioni Rh” n.s. 2 (1985) 32-34.
[3] Paus Franciscus, Pinksterwake met de bewegingen, de nieuwe gemeenschappen, de genootschappen en de verenigingen van leken (18 mei 2013).
[4] J. Lacouture, Survive le peuple cambodgien!, Éditions du Seuil, Paris 1978.
[5] Ho Chi Minh, Diario dal carcere..., 27.
[6] Paus Franciscus, Toespraak tot het Kerkelijk Congres...
[7] Paus Franciscus, Toespraak tot het Kerkelijk Congres...
[8] Paus Franciscus, Viering van Palm- of Passiezondag (24 maart 2013).
27/10/2013
